Dit artikel verscheen eerder in het zomernummer van Terra Westerwolda, in juli 2021, het tijdschrift voor de geschiedenis van Westerwolde. De 'Terra' is een uitgave van de Historische Vereniging Westerwolde, met het MOW als sponsor.

door Erik Wubs

Door COVID-19 was het MOW | Museum Westerwolde in 2020 en de eerste helft van 2021 beperkt toegankelijk of zelfs helemaal gesloten voor het publiek. Hierdoor was het voor de trouwe liefhebber niet gemakkelijk om te genieten van kunst en cultuur. Om de zichtbaarheid van het MOW en de collectie te vergroten, en mensen kunstzinnige en culturele troost te bieden, pakte het museum uit met de posteractie ‘het MOW boven je bank’. Hierdoor kwam het museum op nieuwe manieren in contact met zijn publiek. Deze interactie is een voorbeeld van wat het MOW in de komende jaren meer wil gaan doen.

[Beeld: Rond ‘het MOW boven je bank’ maakt het museum gebruik van een herkenbaar en terugkerend campagnebeeld.]

Met ‘boven je bank’ geeft het MOW gedurende één jaar vijf posters (A2-formaat, 42x59,4 cm) gratis aan het publiek. Op iedere poster staat een kunstwerk of cultuurhistorisch object uit de collectie van het museum. Deze hebben allemaal een relatie met de eigen regio. Mensen bepalen door middel van verkiezingen zelf welk museumstuk op de poster verschijnt. Zo verbinden de posters mensen met hun leefomgeving, het MOW en elkaar.

Enthousiasme

De eerste poster verscheen op 28 december 2020. Voor deze poster koos het museum zelf een museumstuk. De keuze viel op een schilderij van de Westerwoldse Aa, vervaardigd door Jan Altink, De poster was in eerste instantie alleen verkrijgbaar op twee locaties in Bellingwolde. De interesse in de poster bleek groot. Dagblad van het Noorden deed op 28 december verslag van de enorme belangstelling die een verslaggever op één van beide locaties aantrof. Omdat de posters op de twee locaties in Bellingwolde snel op waren en er niet alleen belangstelling was voor de poster vanuit Bellingwolde, maar ook regionaal, koos het MOW ervoor het aantal locaties uit te breiden. Zo breidde ‘boven je bank’ als een olievlek uit over Westerwolde.

Verhalen delen

Het museum riep het publiek actief op om verhalen over de poster te delen. Verschillende mensen beantwoorden deze oproep. Al snel bleek dat er één poster naar de andere kant van de wereld ging omdat een moeder een exemplaar opstuurde naar haar zoon in Canada. Andere exemplaren dienden als decoratie in woon- en gemeenschappelijke ruimtes. Eén vrouw heeft voor haar gevoel een echt ‘Ploegschilderij’ in huis. Sommige mensen hielden zich bezig met de vraag welke precieze locatie Altink schilderde.

[Beeld: De ‘Westerwoldse Aa’, geschilderd in 1969 door Jan Altink (1885-1971), één van de oprichters van Groninger kunstkring De Ploeg.]

Veel reacties gingen ook over persoonlijke herinneringen. Eén vrouw dacht bij de poster terug aan haar fietstochten en vakanties in Westerwolde. Er kwam een reactie binnen van een vrouw die als klein schoolmeisje in Bellingwolde woonde en vaak tussen de korenvelden door naar de Westerwoldse Aa liep en onder de bomen zittend naar de stroom keek. De rivier liet bij haar onuitwisbare indrukken achter. Mevrouw Van der Tuin-Kuipers, wethouder van de voormalige gemeente Bellingwedde, noemde de Westerwoldse Aa symbool van de geschiedenis van de gemeente waar ze enige tijd deel van uit mocht maken. Het vertelt volgens haar verhalen van de samenleving: recreatie en toerisme, waterberging, verbinding en grootse plannen.

Innovatief

De posteractie is zo een voorbeeld van een innovatieve manier van collectieontsluiting en publieksparticipatie. Het enthousiasme over de poster en de dialoog die het MOW met het publiek aanging, is tekenend voor wat het museum de komende jaren meer wil doen. Het MOW wil vaker naar buiten treden en meer interactie met mensen, want het museumgebouw alleen is niet meer langer de enige plek van bezinning. Musea maken het voor mensen steeds meer mogelijk om ook op andere locaties geprikkeld te worden door kunst en cultuur. Dit sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen en raakt aan de wereldwijde discussie over wat een museum zou moeten zijn.

De meeste musea functioneren al lang niet meer als een alwetende verteller van verhalen. Musea vertellen nog steeds verhalen, maar belichten steeds meer verschillende kanten. Bovendien staan ze vaker open voor input van mensen. Dat juichen sommige musea zelfs toe. Ook de presentatie verandert steeds meer. Vroeger vertelden musea uitsluitend verhalen door het exposeren van objecten in een museumgebouw. Vandaag gebeurt dat nog steeds, maar musea zoeken ook vaker naar andere middelen om mensen te bereiken. Deze ontwikkelingen hebben als gevolg dat musea meer verbindingen kunnen aangaan met het publiek en bijvoorbeeld de eigen regio.

Eigen regio

In het nieuwe beleid wil het MOW zich de komende jaren richten op de artistieke en culturele betekenis van het Groninger platteland, in het bijzonder Westerwolde en deels het Oldambt. Het museum maakt hiermee als het ware een verdiepingsslag ten opzichte van de afgelopen jaren. Het MOW wil zich nog meer richten op en verbinden met het unieke van de eigen regio en dat wat andere plattelandsregio’s met elkaar bindt. Met ‘het MOW boven je bank’ maakt het museum bijvoorbeeld deze verdiepingsslag en wil het verbindingen aangaan met de eigen regio, specifiek de mensen hier.

[Beeld: Naar aanleiding van ‘het MOW boven je bank’ ontwikkelt het museum via Maps een kaart die locaties uitlicht, verbonden aan stukken uit de collectie.]

Momenteel ontwikkelt het museum naar aanleiding van de posteractie een kaart via Maps: MOW Maps. Op deze kaart licht het museum locaties uit die verbonden zijn aan de collectiestukken van de posteractie. Zo kleurde het museum de huidige loop van de Westerwoldse Aa in als verwijzing naar het schilderij van Jan Altink. In de komende periode voegt het museum ook andere stukken uit de collectie toe. De kaart biedt tal van mogelijkheden. Het MOW kan met behulp van deze kaart in de toekomst kunst- en erfgoedroutes ontwikkelen die fietsend of wandelend mogelijk zijn. Los van het museum kunnen gebruikers van Maps met de uitgelichte locaties in contact komen met kunst en erfgoed in deze regio. Een op het eerste gezicht saaie of lege omgeving gaat op deze manier leven omdat voorstellingen van kunstenaars en verhalen over de locatie toegankelijk zijn. Ook andere musea en instellingen zetten soortgelijke stappen. Mensen kunnen bijvoorbeeld vanaf hun bank in de woonkamer de Drentse hunebedden bezoeken via het Hunebedcentrum, weliswaar niet via Maps, maar wel via een kaart.

Interactie tussen mensen over kunst en erfgoed uit de eigen regio is via Maps ook mogelijk. Bij de verhalen die mensen over het schilderij van Jan Altink deelden, hielden sommigen zich bezig met de vraag welke locatie Altink precies schilderde. De loop van de Westerwoldse Aa is tijdens de ruilverkavelingen van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw verlegd. De rivier is meer op een kanaal gaan lijken. Altink schilderde zijn beeld in 1969. Bestaat deze locatie nog? Of probeerde Altink misschien iets van de rivier vast te leggen, voordat die veranderde? Het MOW kent de antwoorden op deze vragen niet. Via Maps is het mogelijk dat mensen de huidige loop van de Westerwoldse Aa zien en zich een voorstelling kunnen maken van de vroegere loop. Gebruikers kunnen ook zelf locaties uitlichten wanneer ze bijvoorbeeld de locatie van Altink’s schilderij kennen.

[Beeld: Archeologen groeven deze veertiende-eeuwse steen op in 1987 bij de Bisschopsweg in Vriescheloo. Uit onderzoek concludeerden ze dat hier een steenhuis stond, gebouwd met de rijkdom verkregen door akkerbouw. Ab Postma legde de kloostermop vast op beeld. Dat deed hij op de locatie waar het steenhuis stond. De afbeelding was onderdeel van de voorselectie die het museum maakte voor de eerste stemronde van ‘het MOW boven je bank’.]

Een andere mogelijkheid die Maps voor het MOW biedt, is dat het museum op fysieke locaties een QR-code plaatst die linkt met de locatie in Maps. Gebruikers kunnen ook op deze manier los van het museum in aanraking komen met kunst en erfgoed rond die locatie. Het museum biedt met MOW Maps een platform voor kunstzinnige en culturele verdieping in de eigen regio. Dit draag bij aan de leefbaarheid van het gebied.

Verzamelvragen

De context van collectiestukken vindt het MOW belangrijk. Zonder context is een museumstuk in sommige opzichten betekenisloos. Het is dan lastiger om verhalen rond het object te vertellen. De interactie met mensen die hiervoor aan bod kwam, biedt ook kansen om informatie over de context aan collectiestukken toe te voegen, bijvoorbeeld in het geval van Jan Altink’s schilderij. Als museum verzamel je zo verhalen van het publiek. Je geeft mensen een kans om mee te denken over wat de eigen regio uniek maakt.

Het MOW vermoedt dat vragen rond het verzamelbeleid (wat je als museum opneemt in je collectie) in de komende jaren moeilijker te beantwoorden worden. De herkomst van objecten speelt hierbij een grote rol. Waar objecten enkele decennia geleden typisch waren voor bijvoorbeeld het Groninger platteland of in het bijzonder Westerwolde, werden ze daarna steeds meer massaal geproduceerd en gebruikt. Na de opkomst van mobiele telefonie gebruikten veel mensen bijvoorbeeld dezelfde Nokia. Bewaar je die voor de toekomst als museum dat zich richt op het platteland? Een museum zoals het MOW kan de input van mensen bij zijn verzamelbeleid goed gebruiken. Überhaupt is het belangrijk voor een museum om na te denken over wie bepaalt wat erfgoed is, want een museum staat in dienst van de samenleving. Hierbij zijn waarden als inclusie en diversiteit belangrijk.

Aanbod voor thuisblijvers

Tijdens de sluiting hebben verschillende musea aanbod ontwikkelt voor thuisblijvers. Het Rijksmuseum in Amsterdam biedt bijvoorbeeld online teken- en schildertutorials aan via het programma RijksCreative. Het Groninger Museum heeft iedere week een nieuwe creatieve opdracht. Het Stedelijk Museum Schiedam riep kunstenaars op om 'troostkunst' te maken. Van alle inzendingen maakte het museum affiches. De ontwerpen waren vorig jaar te zien in het Stedelijk Museum en achter verschillende ramen in Schiedam.

Het MOW plaatste op de webpagina van ‘boven je bank’ een link naar de fotobestanden van de posters. Mensen kunnen zo zelf creatief aan de slag met de beelden. Los van het posterproject heeft het museum met MOW jong! Werkplaats sinds kort ook online aanbod voor kinderen. Op de internetpagina van de werkplaats staan online workshops die kinderen thuis kunnen doen. Al deze initiatieven zijn opnieuw voorbeelden van innovatieve manieren van collectieontsluiting en publieksparticipatie.

[Beeld: De installatie ‘Koolzaad’ van kunstenaars Marian Smit en Ria van Krieken bestaat uit meer dan duizend handbeschilderde gele blaadjes en was in 2018 en 2019 blikvanger in de expopod op het buitenterrein voor het MOW. Koolzaad is een ode aan de gele akkers die het Groninger land in april en mei kleur geven.]

Vervolg 'boven je bank'

Op 3 april 2021 verscheen de tweede poster. Dit was de eerste poster waarbij mensen zelf bepaalden welk collectiestuk op de poster verscheen. Mensen konden kiezen uit drie afbeeldingen die het MOW voorselecteerde. In totaal brachten 228 mensen een stem uit op de website van het museum. Een ruime meerderheid (55 procent) koos voor een foto van ‘Koolzaad’, gemaakt door kunstenaars Marian Smit en Ria van Krieken. Het MOW exposeert de museumstukken van de twee verschenen posters (de ‘Westerwoldse Aa’ en ‘Koolzaad’) binnen de openingstijden. Er verschijnen dit jaar nog drie posters. Het publiek bepaalt ook bij deze posters zelf welk collectiestuk op de poster verschijnt.